|
Wij zijn schippers die hun schip in volle zee moeten herstellen, zonder het ooit in een dok
te kunnen demonteren om het daar met het beste materiaal te kunnen verbouwen.
Otto Neurath, 1932
Scientia sine arte nihil est;
ars sine scientia nihil est.
Jean Vignot, 1392
In historische modellen worden kunst, cultuur en wetenschap beschreven als ontwikkelingen binnen een aantal
identiteiten. Cultuur zou ontstaan uit een geografische, religieuze, taalkundige, etnische, politieke en nationale eenheid. In het Europa van de
twintigste eeuw, dat door twee wereldoorlogen werd verscheurd, waar fascisme, communisme, nationaal-socialisme een nooit geziene emigratie
van de intelligentsia naar alle hoeken van de wereld op gang heeft gebracht, waarin cultuur in naam van een volk of een staat tot op heden
altijd maar weer wordt vernietigd, en dat in het tijdperk van het postkolonialisme een wereldwijde migratie kent, blijken dergelijke traditionele
modellen van cultuurnaties irrationele, irreële en reactionaire dromen te zijn. In deze tentoonstelling wordt een nieuw model naar voren
geschoven: cultuur ontwikkelt zich los van geopolitieke en etnische codes; ze wordt voortgebracht door leden van een gemeenschap, die
geografische, etnische, taalkundige, politieke, religieuze, staatkundige en nationale grenzen overstijgt.
|

|
Op basis van hun gemeenschappelijke
"kakanische" geschiedenis (Robert Musil noemde het "KüK", de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie,
ironisch Kakanië) lijken Oostenrijk en Hongarije op het vlak van cultuur ertoe veroordeeld om het toneel te zijn voor dierbare illusies,
kitscherige clichés en versleten geschiedenisplaatjes, ingezet ten dienste van reactionaire tot obscure ideologieën. De meeste
beelden, die van Oostenrijk en Hongarije worden opgehangen, zijn het resultaat van een koloniale blik van buiten af, waaraan deze landen zich
gedeeltelijk zelf al hebben onderworpen, en waarin ze worden afgeschilderd als het rijk van anekdotes en curiosa, als vrolijke Apocalyps. De
a-historische bewustzijnsindustrie van het postfascisme heeft karikaturen van Oostenrijk en Hongarije geproduceerd. Deze tentoonstelling wil
de blik richten op de onbekende cultuurgeschiedenis van Oostenrijk en Hongarije in de twintigste eeuw. Ondanks politieke destructie en
obstructie, hebben beide landen analytische kunststromingen (constructivisme, kinetische kunst, op-art, Wiener Aktionismus, deconstructieve
architectuur) en denkrichtingen (psychoanalyse, taalfilosofie, speltheorie, cybernetica, quantumfysica) voortgebracht of mee ontwikkeld, die
autonome, specifieke bijdragen aan de wereldcultuur vormen. De prestaties en werken van ongeveer honderd Oostenrijkse en Hongaarse
kunstenaars en kunstenaressenen evenzoveel vrouwen en mannen van de wetenschap, worden als een mozaïek samengebracht en
tentoongesteld volgens een nieuw op de geschiedenis van methode en denken gebaseerd model van de vervlechting van kunst en
wetenschap.
De in deze tentoonstelling voorgestelde kakanische cartografie van de cultuur, toont wetenschap en kunst die ook buiten Oostenrijk en
Hongarije zijn ontstaan, en tevens kunst voorbij de kunst, want cultuur overschrijdt niet alleen steeds opnieuw de grenzen van een territorium,
een taal, een staat, een volk, een natie, een gebied, maar als kennisproducerend systeem overschrijdt cultuur ook steeds opnieuw de eigen
grenzen. Uit deze permanente overschrijding van de (historische) kunst en haar eigen grenzen ontwikkelt zich de dialectiek van de avant-garde,
de motor van de moderne kunst, waarvan de ontwikkeling steeds gepaard gaat met processen van observatie, zelfobservatie en legitimering. In
de moderne tijd proberen de kunst en de wetenschap zichzelf analytisch te funderen. Deze analytische drang van de filosofie, de wetenschap
en de kunst naar radicaal zelfonderzoek, waarbij de eigen grenzen steeds weer worden verlegd en die tot zelfopheffing kan leiden, wordt
treffend geformuleerd in het citaat van Otto Neurath. Deze kritische zelfverwijzing is zowel in de kunst als de wetenschap terug te vinden, en
heeft vooral in de kunst ertoe geleid om voortdurend eigen grenzen te overschrijden en de grenzen van het begrip kunst te verleggen.
Overstijging van de (historische) kunst blijkt het basisprincipe van de Europese (moderne) cultuur. Aan de hand van de gemeenschappelijke
cultuur- en geestesgeschiedenis van Oostenrijk en Hongarije in de twintigste eeuw, die vooral rijk is aan abstraherende wereldbeschouwelijke
methoden (in de formele wetenschappen en de kunsten) worden die krachtlijnen van de Europese traditie gevolgd, die bepaald zijn door een
cartesiaanse rationaliteit en transparantie. Het analytische zelfonderzoek is een basisprincipe, een constante en de ontwikkelingsmotor van de
moderne tijd. Deze analytische tendens van de modernen wordt aan de hand van drie centrale thema's onderzocht.
|
|
|